Geld bijverdienen en je bent op pensioen
Werken na je pensioen is goed voor de gezondheid en de sociale contacten, pleiten de voorstanders. Je blijft bij en er bestaat minder gevaar voor vereenzaming. Voorwaarde is wel dat u bepaalde grensbedragen niet overschrijdt. Deze grenzen variëren al naar gelang u als werknemer dan wel als zelfstandige bijklust.
Een beroepsbezigheid uitoefenen is toegelaten maar er moet aan twee voorwaarden voldaan
worden:
-De bezigheid moet vooraf aangegeven worden.
-De inkomsten uit deze bezigheid mogen bepaalde grenzen niet overschrijden?
Verstandig een extra pensioen opbouwen
Hoeveel extra pensioen heeft u nodig?
Een werknemer met een normaal loon zal per maand minstens 500 euro te weinig pensioen hebben om zijn levensstandaard te behouden. Ten opzichte van het laatste netto loon bedraagt het pensioen voor ambtenaren ongeveer 70%, voor bedienden 60% en voor zelfstandigen maar 40% of nog lager. Het pensioengat is dus sterk afhankelijk van uw specifieke situatie. Het kan dus zijn dat uw pensioen meer dan 1000 euro per maand lager is dan uw laatste netto loon.
Pensioen en bijverdienen
|
Bijverdienen & pensioen vooraf aangeven
Wat moet verklaard worden?
De pensioengerechtigde moet aangifte doen van elke beroepsbezigheid ook al zullen de
inkomsten die eruit voortspruiten de toegelaten bedragen niet overschrijden.
Het gaat hier om: -de bezoldigingen voortkomend uit tewerkstelling als werknemer
-de winsten uit industriële, handels- of landbouwuitbatingen
-de bezoldigingen van beheerders, commissarissen en vennoten
-de winsten van vrije beroepen, ambten en van elke andere winstgevende
bezigheid.
De uitoefening van bepaalde mandaten wordt toegelaten zonder dat de betrokkene hiervoor
een voorafgaande verklaring aflegt.
Het gaat hier om: -de uitoefening van een politiek mandaat of van een mandaat bij OCMB
-de uitoefening van een mandaat bij een openbare instelling, een instelling
van openbaar nut of een vereniging van gemeenten.
Dit mandaat moet wel ingegaan zijn voor de ingangsdatum van het
pensioen.
Bij wie moet de aangifte gebeuren?
De verklaring moet ingediend worden bij het RSVZ of bij de RVP naargelang er een pensioen
als zelfstandige of als werknemer genoten wordt.
Wanneer een gepensioneerde een beroepsbezigheid als werknemer uitoefent dan moet hij/zij
de werkgever op de hoogte brengen van het feit dat hij/zij pensioen geniet. Die werkgever
moet dan de pensioendienst verwittigen dat hij een gepensioneerde tewerkstelt.
Wanneer moet de aangifte gedaan worden?
De aangifte moet voorafgaandelijk gebeuren.
-voor de ingangsdatum van het pensioen
-binnen dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing tot toekenning van het
pensioen
-voor de aanvang of de herneming van de beroepsbezigheid (als men reeds een pensioen
geniet)
Hoe moet de verklaring gebeuren?
De aangifte moet gebeuren op een formulier MODEL 74 dat kan bekomen worden bij RSVE
de RVP of het gemeentebestuur. Het formulier moet gedagtekend, ondertekend en
aangetekend verzonden worden.
Wat bij niet aangifte?
Dan wordt het pensioen geschorst gedurende één maand en in geval van herhaling gedurende
drie maanden.
|
Beperking van het beroepsinkomen.
Om de betaling van het pensioen niet in het gedrang te brengen moet de gerechtigde de
inkomsten uit een beroepsbezigheid beperken. Die inkomsten worden op jaarbasis
beoordeeld.
De toegelaten grensbedragen verschillen naar gelang van de aard van de uitgeoefende
beroepsbezigheid.
1 De inkomsten uit het scheppen van wetenschappelijk werk of het tot stand brengen van een
artistieke schepping zijn aan geen enkele beperking onderworpen.
2 Uitoefening van een beroepsbezigheid als werknemer in de private of openbare sector, van een mandaat, ambt of post of van een andere activiteit, behalve als zelfstandige of als
helper.
Voor gepensioneerden die de pensioenleeftijd nog niet bereikt hebben: 7421,57€ zonder
kinderlast, met kinderlast 11132,37€.
Voor gepensioneerden die de pensioenleeftijd wel bereikt hebben: 16945,85€ zonder
kinderlast, met kinderlast 21,584,35€
Deze bedragen zijn bruto-inkomsten.
3 Uitoefening van een beroepsbezigheid als zelfstandige of als helper van een zelfstandige.
Voor gepensioneerden die de pensioenleeftijd nog niet bereikt hebben: 5937,26€ zonder
kinderlast, met kinderlast 8905,89€
Voor gepensioneerden die de pensioenleeftijd wel bereikt hebben: 13556,67€ zonder
kinderlast, met kinderlast 17267,46€
Deze bedragen zijn nettoberoepsinkomsten.
Overschrijding van de grensbedragen ?
Als voor een kalenderjaar de grensbedragen met ten minste 15% worden overschreden dan
wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken kalenderjaar geschorst.
Indien met minder dan 15% overschreden dan wordt de betaling van het pensioen voor het
kalenderjaar geschorst naar rata van een percentage van het pensioenbedrag dat gelijk is aan
het percentage waarmee de toegelaten bedragen worden overschreden.
Wat als u meer verdient ?
Stel dat u toch meer zou verdienen dan is toegelaten. Dan kan de uitkering van het pensioen in het gedrang komen. Dit betekent niet automatisch dat u uw pensioen volledig verliest. Binnen bepaalde grenzen wordt het slechts verminderd. Alleen een overschrijding van de vastgestelde jaarlimiet met méér dan 15 procent geeft aanleiding tot terugvordering van het pensioen. Als de gepensioneerde het grensinkomen met minder dan 15 procent overschrijdt, wordt zijn pensioen verminderd in functie van de mate van overschrijding. Dat betekent: als u 5 procent meer verdient, wordt uw pensioen ook met 5 procent verminderd.
En bruggepensioneerden?
Voor bruggepensioneerden is het in de meeste gevallen verboden om een bijkomend inkomen uit arbeid te hebben. Een van de weinige situaties waarin de bruggepensioneerde iets mag bijverdienen, is als hij deze bijverdienste uitoefent bij zijn laatste werkgever en dan nog uitsluitend met betrekking tot de opleiding van tewerkgestelde jongeren. Als je als bruggepensioneerde toch iets wilt bijverdienen, verlies je het statuut van bruggepensioneerde en doe je afstand van je recht op werkloosheidsuitkering. Indien u toch een bijkomende beroepsactiviteit wenst uit te oefenen en indien dit niet in overeenstemming is met de regels inzake cumulatie, verliest u niet alleen uw specifiek statuut van bruggepensioneerde. U doet eveneens afstand van uw recht op werkloosheidsuitkering. Bovendien heeft het stopzetten van de activiteit niet automatisch tot gevolg dat de bruggepensioneerde al zijn specifieke rechten terugkrijgt. Dit kan alleen op voorwaarde dat u nog steeds wordt toegelaten tot de werkloosheid én dat u nog steeds uitkeringsgerechtigd bent. Toegang tot de werkloosheid behoudt u in principe gedurende een periode van drie jaar, tenzij het brugpensioen werd onderbroken met het oog op de uitoefening van een zelfstandige activiteit. In het laatste geval kan deze termijn verlengd worden tot zes jaar. Je informeert je hier best op voorhand over bij de RVA. Alle activiteiten waaraan een (klein) inkomen gekoppeld is, moet je aangeven.
En binnen een vennootschap ?
Al bij al zijn de bedragen die u mag verdienen beperkt, als u uw volledige uitkering wilt behouden. Wie een nevenactiviteit als zelfstandige begint, kan denken aan de oprichting van een vennootschap.
Bron: "Persoonlijke Financiële Planning", Stremersch, Van Broekhoven, Janssens en Vermeiren

